Waarom ontstaan suïcidale gedachten zo vaak rond de puberteit?
De puberteit is veel meer dan een periode waarin een lichaam verandert.
In relatief korte tijd veranderen hormoonspiegels, hersennetwerken, emoties, sociale relaties en de manier waarop een jongere zichzelf en de wereld ervaart.
Juist in deze levensfase zien we ook een duidelijke toename van psychische problemen en suïcidale gedachten en gedrag. Dat roept een belangrijke vraag op:
Kunnen de hormonale en neurologische veranderingen van de puberteit bijdragen aan het ontstaan van suïcidale gedachten?
Het antwoord is: waarschijnlijk wel als onderdeel van een groter samenspel, maar hormonen zijn niet op zichzelf dé oorzaak van suïcidaliteit.
Wetenschappelijk onderzoek wijst steeds meer op de puberteit als een bijzondere periode van biologische én psychologische kwetsbaarheid.
Suïcidaliteit neemt toe tijdens de adolescentie
Gedachten aan zelfdoding komen ook bij kinderen voor, maar tijdens de overgang naar de adolescentie neemt het voorkomen ervan duidelijk toe.
Dat gebeurt niet toevallig in een periode waarin het lichaam een grote hormonale verandering ondergaat en het brein tegelijkertijd verder wordt gevormd.
Onderzoekers kijken daarom steeds meer naar puberteitsontwikkeling zelf als mogelijke factor in suïcidaliteit, naast bekende factoren zoals depressie, trauma, pesten, eenzaamheid en gezinsproblemen.
Belangrijk is wel:
puberteit veroorzaakt geen suïcide.
De meeste jongeren maken dezelfde hormonale veranderingen door en worden nooit suïcidaal.
Het lijkt eerder te gaan om de manier waarop biologische veranderingen kunnen samenvallen met individuele kwetsbaarheid en belastende omstandigheden.
Wat gebeurt er hormonaal tijdens de puberteit?
Tijdens de puberteit wordt het hormonale systeem dat de geslachtsontwikkeling regelt sterk actief.
Onder andere:
- testosteron;
- oestradiol;
- progesteron;
- DHEA en DHEA-S
veranderen gedurende deze periode aanzienlijk.
Deze hormonen beïnvloeden niet alleen lichamelijke ontwikkeling.
Ze hebben ook effecten op hersengebieden die betrokken zijn bij:
- emoties;
- motivatie;
- sociale gevoeligheid;
- beloning;
- stress;
- impulscontrole;
- besluitvorming.
Een belangrijke wetenschappelijke review beschrijft hoe puberteitshormonen invloed kunnen hebben op onder andere de amygdala, hippocampus, het striatum, de mediale prefrontale cortex, orbitofrontale cortex en anterieure cingulate cortex. Juist deze systemen zijn ook betrokken bij het omgaan met sociale stress en worden onderzocht in relatie tot suïcidale gedachten en gedrag.
Betekent dit dat hormonen suïcidaliteit veroorzaken?
Nee.
Dat onderscheid is heel belangrijk.
Een systematische review uit 2024 onderzocht 55 studies naar puberteitshormonen en psychische problemen bij kinderen en adolescenten. Er werden verbanden gevonden tussen onder andere testosteron en oestradiol en bepaalde psychische klachten.
Maar de onderzoekers concludeerden ook dat het bewijs voor een rechtstreeks oorzakelijk effect van deze hormonen nog zwak is.
We kunnen dus niet zeggen:
“Een stijging van hormoon X veroorzaakt suïcidale gedachten.”
Wat we wel kunnen zeggen is:
hormonale veranderingen kunnen de werking en ontwikkeling van hersensystemen beïnvloeden die betrokken zijn bij emoties, stress en gedrag, en daarmee bij sommige jongeren bijdragen aan een grotere kwetsbaarheid.
Tijdens de puberteit stijgt testosteron sterk, vooral bij jongens. Onderzoek suggereert dat hogere testosteronwaarden bij sommige kwetsbare adolescente jongens kunnen samenhangen met suïcidale gedachten en gedrag. Mogelijk verloopt dit gedeeltelijk via veranderingen in emotieregulatie, impulsiviteit en agressieregulatie. Testosteron is echter geen zelfstandige oorzaak van suïcidaliteit; het lijkt eerder één biologische factor binnen een veel groter samenspel van hersenontwikkeling, stress, psychische kwetsbaarheid en sociale omstandigheden.
Het brein is tegelijkertijd volop in ontwikkeling
Daar komt een tweede proces bij.
Het puberbrein is nog niet af.
En dat bedoel ik niet op een negatieve manier. Het adolescentenbrein is juist buitengewoon flexibel en leert enorm snel.
Maar verschillende systemen ontwikkelen zich niet allemaal in hetzelfde tempo.
Systemen die reageren op emotie, sociale prikkels en beloning kunnen tijdens de adolescentie zeer actief zijn, terwijl systemen die betrokken zijn bij planning, remming, perspectief en langetermijnbeslissingen nog verder rijpen.
Dat kan helpen verklaren waarom emoties in deze periode soms uitzonderlijk intens kunnen worden ervaren.
Een gebeurtenis die een volwassene kan zien als tijdelijk, kan voor een jongere voelen als:
“Dit gaat nooit meer voorbij.”
En juist dat gevoel van permanentie kan bij psychische wanhoop gevaarlijk worden.
Hormonen veranderen ook hoe sociale gebeurtenissen worden ervaren
Puberteit vindt niet alleen ín het lichaam plaats.
Tegelijkertijd verandert de sociale wereld enorm.
De mening van leeftijdsgenoten wordt belangrijker.
Er ontstaan liefdesrelaties.
Lichamen worden met elkaar vergeleken.
Er komen verwachtingen over uiterlijk, seksualiteit en identiteit.
Sociale afwijzing kan daardoor bijzonder hard aankomen.
Onderzoekers vermoeden dat puberteitshormonen hersensystemen kunnen beïnvloeden die betrokken zijn bij de verwerking van juist zulke sociale stressoren.
Dat is interessant, omdat suïcidaliteit bij jongeren juist sterk samenhangt met sociale factoren zoals pesten, uitsluiting, conflicten en het gevoel geen aansluiting te vinden. Een grote umbrella review vond bijvoorbeeld dat gepest worden één van de belangrijkste omgevingsfactoren was die samenhing met suïcidaliteit bij adolescenten.
Vroege puberteit lijkt extra belangrijk
Een heel interessante recente bevinding gaat over vroeg in de puberteit komen.
In een groot onderzoek met 8.708 kinderen werd gekeken naar puberteitsontwikkeling vanaf ongeveer negen à tien jaar.
Kinderen die aangaven relatief verder in hun puberteitsontwikkeling te zijn, hadden vaker al zelfbeschadigende of suïcidale gedachten en gedragingen meegemaakt.
Nog opvallender: bij kinderen die deze problemen aanvankelijk niet hadden, hing verder gevorderde puberteit samen met een grotere kans dat deze in de daaropvolgende twee jaar ontstonden.
Dat verband kon niet volledig worden verklaard door bestaande psychische problemen of bekende gezins- en psychosociale risicofactoren.
Dat betekent nog steeds niet dat vroege puberteit zelf suïcidaliteit veroorzaakt.
Maar het ondersteunt wel het idee dat de timing van de puberteit een relevante kwetsbaarheidsfactor kan zijn.
Waarom zou vroeg in de puberteit komen kwetsbaar kunnen maken?
Stel je een kind voor van tien.
Het lichaam begint al zichtbaar te veranderen.
Hormonen veranderen.
Emoties kunnen intenser worden.
Andere kinderen reageren op die lichamelijke veranderingen.
Maar cognitief, sociaal en emotioneel is het nog steeds een kind van tien.
Dat kan een ingewikkelde combinatie zijn.
Daarnaast kan vroeg of juist laat ontwikkelen ervoor zorgen dat iemand afwijkt van leeftijdsgenoten.
Onderzoek uit 2026 naar puberteitstiming en suïcidaliteit laat zien dat de relatie deels kan lopen via factoren als pesten, slachtofferschap en internaliserende problemen.
Dat laat mooi zien waarom we biologische en sociale processen niet van elkaar moeten scheiden.
Het lichaam verandert.
De omgeving reageert daarop.
En die reactie beïnvloedt vervolgens weer hoe een jongere zich voelt.
Dan is er nog het stresssysteem
Naast geslachtshormonen speelt het lichaamseigen stresssysteem waarschijnlijk een rol.
Een belangrijk systeem daarbij is de HPA-as: de hypothalamus-hypofyse-bijnieras.
Deze regelt onder andere de productie van cortisol, een belangrijk stresshormoon.
Onderzoekers onderzoeken al langere tijd of afwijkingen in dit systeem samenhangen met suïcidaal gedrag.
Een review uit 2025 naar cortisol bij kinderen en adolescenten met suïcidaal gedrag en zelfbeschadiging vond aanwijzingen voor een verband, maar ook veel verschillen tussen onderzoeken. Er is dus nog geen eenvoudige cortisolwaarde waarmee suïciderisico kan worden vastgesteld.
Recent neurobiologisch onderzoek naar suïcidaliteit bij jongeren kijkt daarom veel breder: niet alleen naar hormonen, maar ook naar genetica, epigenetica, ontstekingsprocessen, neurotransmitters en hersennetwerken.
Misschien is ‘gevoeligheid’ belangrijker dan alleen de hoeveelheid hormonen
Een bijzonder interessante gedachte uit onderzoek is dat niet iedere jongere even sterk reageert op hormonale veranderingen.
Het kan zijn dat sommige jongeren een grotere neurobiologische gevoeligheid voor hormonale schommelingen hebben.
Dan is dus niet alleen de vraag:
“Hoeveel testosteron of oestradiol heeft iemand?”
maar ook:
“Hoe reageert dit specifieke brein op die verandering?”
Dat zou kunnen helpen verklaren waarom twee jongeren dezelfde puberteitsontwikkeling kunnen doormaken terwijl de één nauwelijks psychische problemen ervaart en de ander sterk ontregeld raakt.
Dit is nog volop onderwerp van onderzoek.
Biologie ontmoet levensgebeurtenissen
Misschien moeten we daarom stoppen met zoeken naar één oorzaak.
Bij suïcidaliteit kan een veel complexer proces spelen.
Bijvoorbeeld een samenkomen van:
- biologische gevoeligheid
- puberteitshormonen
- een brein in ontwikkeling
- sterke stressreacties
- pesten of uitsluiting
- verlies of trauma
- weinig aansluiting
- slaapproblemen
- depressieve of angstige klachten
- hopeloosheid
Dat kan uiteindelijk leiden tot een situatie waarin iemand steeds minder mogelijkheden ziet.
Grote overzichtsstudies naar adolescentensuïcidaliteit ondersteunen juist zo’n bredere benadering: risico ontstaat op verschillende niveaus tegelijkertijd — individueel, relationeel, sociaal en maatschappelijk.
Waarom juist hopeloosheid gevaarlijk kan worden
Een van de problemen bij ernstige psychische nood is dat het denken kan vernauwen.
Niet “Ik heb nu een verschrikkelijke periode”, maar “Mijn leven zal altijd zo blijven.”
Niet “Ik weet nu niet wat ik moet doen”, maar “Er bestaat geen oplossing.”
Niet “Ik wil dat deze pijn stopt”, maar uiteindelijk “De enige manier waarop deze pijn stopt, is wanneer ik er niet meer ben.”
Moderne theorieën over suïcidaliteit maken daarom onderscheid tussen factoren die suïcidale gedachten laten ontstaan en factoren die de overgang van gedachten naar daadwerkelijk gedrag beïnvloeden. Dat onderscheid blijkt ook bij adolescenten belangrijk.
Is een depressie dan niet meer belangrijk?
Zeker wel.
Depressie blijft een belangrijke risicofactor voor suïcidaliteit.
Maar zoals ik ook in mijn blog Suïcidale gedachten en het brein bespreek:
suïcidaliteit is niet hetzelfde als depressie.
Daarom mogen we bij een puber met suïcidale gedachten niet alleen denken:
“We behandelen de depressie en dan verdwijnt het vanzelf.”
We moeten de suïcidaliteit zelf blijven bespreken en beoordelen.
Want depressie kan deel uitmaken van de puzzel zonder de hele puzzel te zijn.
Wat betekent dit voor ouders?
Misschien wel dit:
Wanneer je kind rond de puberteit plotseling sterk verandert, schrijf dan niet alles automatisch toe aan:
“Het zijn de hormonen.”
Hormonen kunnen absoluut bijdragen aan stemmingswisselingen en emotionele intensiteit.
Maar ernstige wanhoop verdient altijd aandacht.
Let vooral op verandering ten opzichte van het normale gedrag van jouw kind.
En vraag wanneer je je zorgen maakt rechtstreeks:
“Voel je je alleen verdrietig, of denk je ook weleens dat je liever niet meer zou willen leven?”
Praten over zelfdoding brengt een jongere niet op het idee.
Het kan juist ruimte geven om iets uit te spreken wat tot dan toe verborgen bleef.
Mijn visie als toegepast psycholoog en rouwtherapeut
De puberteit vind ik een fascinerende én kwetsbare levensfase.
We verwachten enorm veel van jongeren.
Ze moeten leren wie ze zijn. Presteren. Vrienden maken. Omgaan met sociale media. Hun veranderende lichaam accepteren. Relaties aangaan. Keuzes maken over hun toekomst.
Terwijl hun lichaam en brein tegelijkertijd een enorme biologische verandering doormaken.
Daarom vind ik de uitspraak:
“Ach, het zijn gewoon de hormonen.”
te gemakkelijk.
Misschien spelen hormonen inderdaad mee.
Maar juist dan moeten we nieuwsgierig worden.
Wat gebeurt er met deze jongere?
Hoe ervaart hij of zij deze veranderingen?
Is er nog verbinding?
Is er voldoende herstel?
Is er veiligheid?
En vooral:
is er nog hoop?
Niet één oorzaak, maar een kwetsbare ontwikkelingsperiode
We kunnen op basis van de huidige wetenschap niet zeggen dat puberteitshormonen suïcidaliteit veroorzaken.
Wat we wél steeds beter begrijpen, is dat de puberteit een bijzondere ontwikkelingsperiode is waarin verschillende processen tegelijk veranderen:
hormonen, hersennetwerken, stressreacties, emoties en sociale relaties.
Bij veel jongeren verloopt dat zonder ernstige problemen.
Maar bij jongeren met bepaalde biologische, psychologische of sociale kwetsbaarheden kunnen deze veranderingen samen de draaglast verhogen.
Daarom verdient het begin van de puberteit misschien nog meer aandacht dan we lange tijd hebben gedacht.
Niet om normale puberteit tot een ziekte te maken.
Maar om eerder te herkennen wanneer een jongere niet alleen aan het veranderen is —
maar werkelijk aan het vastlopen is.
Wetenschappelijke bronnen
Luo, D., Dashti, S. G., Sawyer, S. M., & Vijayakumar, N. (2024). Pubertal hormones and mental health problems in children and adolescents: A systematic review of population-based studies. eClinicalMedicine, 76, 102828. https://doi.org/10.1016/j.eclinm.2024.102828
Luking, K. R., Hennefield, L., Ortin-Peralta, A., Wright, A. J., & Whalen, D. J. (2025). Early pubertal timing, suicidality, and self-injurious behaviors in preadolescents: Evidence for concurrent and emergent risk prediction. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 64(9), 1047–1055. https://doi.org/10.1016/j.jaac.2024.10.016
Kirshenbaum, J. S., Pagliaccio, D., Bitran, A., Xu, E., & Auerbach, R. P. (2024). Why do adolescents attempt suicide? Insights from leading ideation-to-action suicide theories: A systematic review. Translational Psychiatry, 14, 266. https://doi.org/10.1038/s41398-024-02914-y
Prades-Caballero, V., Navarro-Pérez, J.-J., & Carbonell, Á. (2025). Factors associated with suicidal behavior in adolescents: An umbrella review using the socio-ecological model. Community Mental Health Journal, 61(4), 612–628. https://doi.org/10.1007/s10597-024-01368-2
Zheng, H., & Zheng, Y. (2026). Pubertal timing and suicidal ideation and attempts: Sex differences in the links through bullying and victimization and internalizing problems. Archives of Suicide Research, 30(2), 495–512.
Lees ook
Deze blog is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische diagnostiek of behandeling.
Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand?
Blijf er niet alleen mee rondlopen. Bespreek het met iemand die je vertrouwt, met je huisarts of met een andere professionele hulpverlener. Je kunt 24 uur per dag anoniem contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie via telefoonnummer 113 of via de chat op 113.nl. Bij direct levensgevaar bel je 112.